Zorg

Zorgbreed werken op onze school

Onder zorgbreed werken verstaan we de zorg die iedere leerkracht besteedt om met kwaliteitsonderwijs optimale ontwikkelingskansen te bieden aan alle leerlingen. De leerkracht tracht zijn klas uit te bouwen tot een krachtige leeromgeving, waarin elk kind, ongeacht zijn leervermogen, zijn voorkennis, zijn sociale situatie of afkomst, aan zijn trekken komt. Dat betekent dat elke leerkracht zicht probeert te krijgen op de ontwikkeling van zijn leerlingen om hen vervolgens gericht te helpen en te geven wat ze nodig hebben.

Hoe onze school dit concreet wil realiseren, is hieronder uitgeschreven in een aantal aandachtspunten, gestoffeerd met een aantal voorbeelden:

Rekening houden met de verschillen tussen de kinderen

vb. het aanbod van de materialen, de activiteiten of de thema’s aanpassen naargelang de interesse van de kinderen:

  • binnen hoeken- en/of contractwerk invoegen van mag-taken, binnen de mag-taken eigen keuzes bepalen naargelang hun interesse.
  • in kringgesprekken te kennen geven wat hun interesses zijn.

Rekening houden met het eigen tempo, het eigen traject van elk kind

vb. kleuters de tijd geven die ze nodig hebben om een activiteit af te werken:

  • er zijn allerhande materialen : rekenkaarten, fiches, tafelkaart, extra-inoefeningen,… voor snellere en tragere leerlingen.
  • de moet- en magtaken binnen contract- en/of hoekenwerk.

de zelfstandigheid van elk kind ondersteunen

vb. kleuters oefenen zich dagelijks in zelfredzaamheid en worden hierbij gestimuleerd:

  • de zelfinstructiemethode van Meichenbaum wordt geïntroduceerd en toegepast.
  • inlassen van nieuwe werkvormen : partnerwerk, groepswerk, niveau-lezen, tandemlezen klasoverschrijdend werken : 3de kl., 1ste lj. / 3de kl., 3de graad, projectwerking,…

de totale persoon van het kind in het onderwijsaanbod betrekken zodat elk kind de kans krijgt om zijn eigen talenten te ontwikkelen

vb. het aanbod van activiteiten bij de kleuters bestrijkt een hele waaier van ontwikkelings- aspecten rond de totale persoonlijkheid van het kind.

  • in ons opvoedingsproject hebben we aandacht voor de totale persoonlijkheid (hoofd, hart en handen)
  • de persoonlijkheidsvorming komt aan bod in tal van verschillende lessen : sociale vaardigheden, lessen muzische vorming (beeld, muziek, …), lessen godsdienst, waardenbeleving (kleuter)/waardenrapporten (lager),…

Specifieke aandacht besteden aan de ontwikkelingsgerichte voorbereiding van de oudste kleuters op de lagere school, de basisvoorbereiding van de zesdeklassers op het secundair onderwijs

vb. activiteiten inlassen, waardoor de kleuterleidster de kans krijgt om o.a. de werkhouding te observeren en vaardigheden extra in te oefenen : vb. schrijfdans in de derde kleuterklas, sherborne,…

  • in het 2de trimester wordt gewerkt met het CLB-werkboekje op stap naar…
  • er wordt aandacht besteed aan het “leren leren” in de bovenbouw.

Voldoende aandacht besteden aan de positieve ingesteldheid, dit houdt o.a. in: motivatie, nieuwsgierigheid, geborgenheid, veiligheid, gezondheid, een positief zelfbeeld

vb. de kleuterleidsters werken dagelijks aan het positieve zelfbeeld van de kleuter door aan te moedigen en te belonen (positieve bewoordingen)

  • de leidster heeft speciale aandacht voor het welbevinden in de onthaalgesprekken.
  • in de kringgesprekken peilt de lkr. naar de manier hoe lln. zichzelf, hun omgeving en de wereld zien.

handelen vanuit een ontmoetende leerkrachtenstijl, dit houdt o.a. in: kinderen respecteren en waarderen in hun eigenheid, actief luisteren en kijken naar kinderen, kinderen zichzelf laten zijn, als lkr. ook echt zijn, een responsieve houding aannemen,…

vb. de leidster heeft oog voor wat er leeft bij de kleuters, hun ervaringswereld.

  • de lkr. zorgt dat hij/zij bereikbaar is voor de lln.
  • lln. kunnen discreet problemen aankaarten (brievenbus op school)

van elk kind het beste verwachten door ieder kind als bekwaam te beschouwen; positieve bewoordingen te gebruiken bij het beschrijven van het kind en etiketten en stereotypen te vermijden

vb. in het volgdossier worden naast tekorten ook de positieve eigenschappen van de kdn. genoteerd

  • tijdens MDO’s en informele gesprekken tussen lkrn. vermijden we om te vlug etiketten te plakken : vb. Jan is ADHD’er,..
  • de lkr. wil professioneel werken en tracht vooroordelen te vermijden

waardering op te brengen voor de eigen culturele en sociale achtergrond van kinderen

vb. aandacht voor de verschillen en de veranderingen in de thuissituatie van de kinderen.

  • tijdens kringgesprekken rond sociale vaardigheden wordt ingegaan op het unieke van elk mens en het anders-zijn.
  • kdn. met een andere sociale en/of culturele achtergrond vertellen hun ervaringen tijdens de lessen W.O., godsdienst, …

te zorgen voor een krachtige leeromgeving voor elk kind (vb. door differentiatie, keuzemomenten, duidelijke structuur, positieve verwachtingen, aangepaste materialen, aangename sfeer, nadruk op succeservaringen, hulp en inspraak van ouders, inspraak van kinderen,…)

vb. goed contact tussen school en thuis via heen- en weerschriftje, agenda, waardenrapport,…

  • leefregels in de klas waarbij de inspraak van de lln. belangrijk is.
  • inspraak van kinderen is een geschikt middel om de samenleving op school beter te maken via het leerlingenparlement op onze school

goed te observeren om het kind beter te leren kennen, duidelijke rapportering aan de ouders met aandacht voor de totale persoon van het kind

vb. het kindvolgsysteem is als volgt uitgebouwd :

  • klasscreening naar welbevinden en betrokkenheid.
  • interventies worden gezocht om de ontwikkeling verder te stimuleren.
  • vaststellingen en acties worden bijgehouden in het individueel dossier.

 

  • de rapportering naar ouders.
  • toetsen worden meegegeven zodat ouders zich een beeld vormen over : inhoud,moeilijkheidsgraad en resultaat van de toets.

ZORGVERBREDING

De zorgbreedte is het fundament waarop een efficiënte zorgverbreding wordt gebouwd.

Wanneer een zorgbrede aanpak in de klas niet volstaat, dienen we onze zorg te verbreden. Bij die kinderen waar de ontwikkeling anders verloopt dan normaal (trager, sneller) en bij de leerlingen die dreigen kansen te missen, is extra zorg noodzakelijk.

Een zorgverbredende aanpak is overigens geen éénpersoonszaak, maar een zorg voor het hele team. Het is ook een uitdaging voor het team om zich hierin voortdurend te professionaliseren.

Samen met het leerkrachtenteam wordt gezorgd voor een zorgstroomlijn waarin de klastitularis de spilfiguur blijft. De 3 belangrijkste sleutelwoorden zijn: observatie, overleg en een gerichte aanpak of differentiatie.

  1. Goede observatiek
    Kinderen die aanleiding geven tot enige bezorgdheid dienen systematisch te worden gevolgd. De klastitularissen zijn verantwoordelijk voor de afname en verwerking van de observatie-instrumenten. Zij worden hierin bijgestaan door de zorgcoördinator.
  2. Overleg
    Observeren en meten alleen is natuurlijk niet voldoende. Deze observatie en testen dienen goed ontleed en besproken te worden om vanuit deze beginsituatie de beste hulp te bieden aan elk kind. Binnen onze school bestaan er verschillende overleggroepen. (MDO-besprekingen)
  3. Gerichte aanpak (differentiatie)
    Na de observatie en de analyse van de meetresultaten komt het belangrijkste : hoe pakken we het aan zodat het kind vooruit gaat en er leerwinst uit haalt? Welke zijn de stappen die we zullen ondernemen? Welke basisdoelen willen we met het kind bereiken? Welke middelen (werkvormen) hebben we hiervoor ter beschikking?</p>

Speciale zorg

Voor een aantal kinderen zal de algemene en extra zorg nog niet volstaan. Die leerlingen hebben behoefte aan een (nog) meer gerichte individuele aanpak. Het gezamenlijk overleg (MDO) van klasleraar, zorgcoördinator, CLB-medewerker en directeur brengt de moeilijkheden in kaart en de ouders worden hiervan op de hoogte gebracht.

Nu zal getracht worden om met speciale interventies de leerling verder te begeleiden en te remediëren. In het handelingsplan wordt een remediëringstraject uitgestippeld. Sommige interventies kunnen klasintern, andere zullen klasextern worden georganiseerd.

vb de kleuterleidster zal zoeken naar gerichter interventies die aansluiten bij het huidig ontwikkelingsniveau van de kleuter:

  • tijdens hoeken- en/of contractwerk in de lagere school kan remediëring worden toegepast.
  • gebruik maken van curriculumdifferentiatie : deze vorm van differentiatie geeft de lkr. de mogelijkheid om enkel te werken met minimumdoelen die noodzakelijk zijn voor de maatschappelijke ontwikkeling, noodzakelijk zijn voor de verdere stappen in de cognitieve en psycho-motorische ontwikkeling. Dit mondt uit in aangepaste toetsen.

Bijzondere zorg

(leermoeilijkheden en leerstoornissen)

Het kind en het aanbod vanuit de omgeving. Niet iedereen is even intelligent of leert alles even vlot. Ook het aanbod van de omgeving is sterk variërend.

De diagnose van een leerstoornis is zeker geen taak van de school alleen. Het is teamwork. Leerkracht, zorgcoördinator, CLB-medewerker en directeur doen beroep op externen (ouders, logopedist, artsen, revalidatiecentra,…) Alle betrokkenen informeren elkaar over het kind en gaan ruimer kijken dan alleen maar het probleemgebied zelf.</p>

Na de diagnose volgt de begeleiding. Compensaties maken het mogelijk dat bepaalde lln. er toch in slagen zich in het gewone onderwijs verder te ontwikkelen. Uiteraard worden de ouders van deze aanpak op de hoogte gebracht.

Schooloverschrijdende zorg

Voor een aantal kinderen zal de zorg op school echter nog ontoereikend zijn omwille van zeer specifieke onderwijsbehoeften. De school zal samen met de ouders en het CLB op zoek gaan naar andere onderwijsoplossingen:

  • Buitenschoolse hulp: logopedie, kinesitherapie, revalidatie-centra, centrum voor geestelijkegezondheidszorg
  • Buitengewoon onderwijs: ouders hebben het moeilijk wanneer ze te horen krijgen dat hun kind met leermoeilijkheden beter kan geholpen worden in het buitengewoon onderwijs. De CLB-medewerker, de directie, de klasleerkracht en de zorgcoördinator kunnen heel wat steun bieden. De manier waarop de ouders voorbereid worden is erg belangrijk. De begeleiding van deze ouders vraagt respect voor hun gevoelens, tijd en een grote professionele vaardigheid.
  • GON-projecten: in bepaalde omstandigheden is het mogelijk dat kinderen die doorverwezen worden naar het buitengewoon onderwijs, toch in het gewone onderwijs kunnen blijven mits ondersteuning van leerkrachten uit het buitengewoon onderwijs. We noemen dit geïntegreerd onderwijs of GON. Praktisch komt het hierop neer dat de leerkracht uit het BO een aantal lestijden de leerling ondersteunt op de eigen school

De ouders als partners

De ouders zijn in de opvoeding van hun kinderen de eerste partner van de leerkrachten. Ouders moeten in elke fase van het zorgcontinuüm steeds met hun zorgen op school terecht kunnen. Voor een zorgzame begeleiding van kinderen is de school aangewezen op een goede samenwerking met ouders.

We geven een opsomming van wat op onze school wordt gebruikt als informatiedoorstroming:

openklasdagen, inschrijvingsdag voor nieuwe kleuters, informatieavonden, individuele oudercontacten, informele gesprekken, heen- en weerschriftjes bij kleuters / agenda’s van de leerlingen, info-brochure, website van de school,…